Beste geschrokkenen,
Mijn vorige post was uiteraard, hoe kan het ook anders, een beetje een uitgelopen 1april-grapje. Zo was ik juist op 1 april de laatste keer op het internet en juist die dag zijn we vertrokken en hebben we een hele trip ondergaan op plaatsen waar van internet nog lang geen sprake was, waar licht en elektriciteit maar een kwestie is van een paar uurtjes per dag en waar tonijn en rijst het dagelijkse eten is.
Maar eerst beginnen we bij het begin. Na de lange busreis dus.
De lange busreis is dus wel degelijk geëindigd, tot onze grote en blije verbazing want we zaten nog eens een uurtje vast daarna...
We kwamen dus aan in Chachapoyas, een stad in het begin van de jungle, een beetje het midden tussen Jungle en bergen. Hier bevinden zich vele Peru-wonderen die echt wel de moeite zijn en die we uiteraard bewonderd hebben, de hoofdzakelijke toch. Namelijk Kuelap, een oude ruïne van voor de Inca's nog en Gocta, de derde grootste waterval van de wereld. Twee dingen die echt wel serieus de moeite waren en die we volledig zonder toeristentour gedaan hebben, wat betekent veel geld uitgespaard.
Die tours trekken hier meestal toch op niet veel. 1 nadeel aan Chacha(zo noemden ze het daar) was dat alle transport heel moeilijk was, zo was er van de ene op de andere dag ineens geen doorgang meer ergens en konden vele mensen niet meer naar een bepaalde stad en waren ze dus verplicht daar te blijven. Ook was het er erg koud en voor de eerste keer in vele maanden heb ik weer een koude ervaren, zoals ik nog niet veel ervaren had. Maar erger zou het misschien nog worden. Wat nog opviel aan Chachapoyas is dat mensen er een erg raar accent hebben, ze spreken een soort Spaans met Russisch accent, vreemd maar wel grappig om te horen. Na een paar daagjes hier zijn we dus zonder problemen van deze plaats naar onze volgende stop geraakt. Tarapoto dus, vanwaar we de boot naar Iquitos zouden nemen. Eerst moesten we blijkbaar naar Neuva Cajamarca om daar de bus te nemen naar Tarapoto, een reis die natuurlijk langer duurde dan mensen ons hadden meegedeeld, het is hier dus zo dat als mensen je hier zeggen hoe lang een reis duurt, je er gerust wel een uurtje of misschien een uurtje en een half kan bijtellen.
Op weg naar Tarapoto, wat de vermoeidheid van het reizen verlicht, wel grappige mensen tegengekomen. Eerst op weg naar Neuva Cajamarca twee joden uit Lima tegengekomen die door de selva (jungle) van de ene stad naar de andere waren aan het gaan, om mensen te genezen van allerhande ziekten door hun geloof, zelfs aids, geloof het of niet. Ook deden ze, naar wat ze mij zeiden, aan orgaantransplantatie, zonder de hulp van dokters en zonder medische ervaring. Raar, leek het mij wel. Maar door te geloven is alles mogelijk. "Natuurlijk!", meneer de ninja-achtige jood met veel baard en weinig hoofdhaar...
In Tarapoto aangekomen, zijn we daar een nacht gebleven en hebben we uitgerust, toen was het 1 april. Die 1 april zelf vertrokken naar Yurimaguas, blijkbaar vertrokken de boten naar Iqtuitos vandaaruit en niet vanuit Tarapoto. Dat was natuurlijk weer een reis van een paar uur. Gelukkig werden we vergezeld door een lollige, iets te nieuwsgierige travestiet en een iets oudere reizer die ineens bij een tussenstop weg was, zo deed hij dat altijd, zei zijn compagnon. Het leek mij wel vreemd dat hij geen spullen bijhad. Maarja, wie heeft in godsnaam spullen nodig, als men gelooft. ;)
Vanuit Yurimaguas eindelijk op de boot naar Iquitos. Dat was de 2e april geloof ik. Daar een grappige dikkerd tegengekomen, die we blijkbaar te rap vertrouwd hebben. Zo stelde hij ons voor om met hem mee te gaan naar zijn geboortedorp omdat het daar erg mooi was en omdat het zogezegd veel goedkoper was. We zouden dus moeten afstappen op de eerste stop en daar meegaan met hem en zijn familie. Wij, betoverd door de woorden "veel goedkoper", de volgende morgen afgestapt. Daar toegekomen in een klein haventje, wat wel iets had in feite. Daar een bijna gratis ontbijtje gehad van familie van onze dikkerd en op het gemakje op de boot naar zijn geboortedorp, Jeberos gewacht. Na zo een paar uur gewacht te hebben, was hij daar. Uiteraard veel minder luxueus als onze boot van de vorige nacht. Eigenlijk bijna gewoon een boom op water. Maar wel een goed gemaakte boot op het water dan. Een pequepequepequepeque-bootje noemt dat blijkbaar. Péképéké uitgesproken. Daar eenmaal, leek het wel een aangenaam idee. Tot de god van de regen en de donder, Pechiepoenga, zijn duitje in het zakje, of ook wel zijn water in het péképéké'tje deed. En we zullen het geweten hebben en vooral gevoeld... Dit was dus de kou waar ik over sprak. Een kou, waarvan ik zelfs het bestaan niet meer vermoedde. Wanneer alles wat je aanhebt en ook wel hebt in uw rugzak nat wordt doordat je alleen maar een plastiek zak hebt om u te beschermen, is kou een omvermijdbaar kwaad. Omdat de temperatuur daar in de jungle wel nog meeviel, uiteindelijk in slaap gevallen. Het viel allemaal wel mee de volgende morgen, toen het opklaarde. Dat dachten we toch. Toen sloeg hij weer toe, mister regen... Erger zelfs, alles was dus in feite nog natter dan het al was. Eindelijk daar toegekomen, na 22 uur op onze boomstam, op zoek naar rust... Welverdiende rust.
Jeberos, blijkbaar, was eigenlijk niet zo speciaal. Maar de mensen waren wel gastvriendelijk en hebben zelf onze kleren gewassen en ons een slaapplaats aangeboden, waar we op het einde, zoals wij noodzakelijk vonden, toch wat geld voor bijeengebracht hebben. Er was namelijk iets raars aan de hand in dat dorpje, zo ver van de bewoonde wereld. Mensen hadden om te beginnen bijna alleen maar tonijn en rijst te eten, omdat het oogsten blijkbaar moeilijk gaat in die streken, vermoed ik. Toch het oogsten van basisbehoeften, zoals rijst, maïs en ander eten waarmee men runderen en ander beesten ook kan voeden. Bepaald fruit was er wel voldoende, maar daar heb je natuurlijk niet zomaar mee gegeten. Drie dagen daar geweest en drie dagen tonijn uit blik met rijst gegeten, plus op de péképéke... We zijn nog op zoek geweest naar een kip om klaar te maken maar tevergeefs, geen kippen te vinden. Blijkbaar leefden daar vele mensen van Yucca of in het nederlands cassave-wortel en een soort mengsel daarvan klaargemaakt.
Triestig dorpje wel, mensen deden er in feite ook helemaal niets. Werken was er niet aan de orde. Ik denk dat als mensen een te kort hebben aan eten en onderwijs, ze lui worden en niet veel energie hebben. Misschien heb ik het fout gezien, maar er was wel iets serieus mis aan het dorpje. Zo was alcohol er wel overal te verkrijgen, waar wij door de verveling weleens van geprofiteerd hebben, met mate natuurlijk...
Met een raar gevoel daar vertrokken. Beetje leeg van binnen op de boot terug gestapt naar het havenplaatsje, Lagunas. Gelukkig was de terugreis helemaal niet zo lang en in een min of meer comfortabele boot. Daar terug, wisten we niet goed wat te denken, hadden we nu tijd verloren, of iets bijgeleerd? Alles positief bekijkend besloten we het laatste. Na even uit te rusten en weer grappige mensen tegengekomen te zijn, onder andere een interessante man die veel wist en die zijn zoon John Lennon had genoemd, hij wist spìjtig genoeg niet hoe het te schrijven en op het paspoort van zijn zoon stond dus Jhonlenon. Misschien een idee voor mijn kindje met Karina? ;) (1 april) De volgende nacht de tweede keer de boot op naar Iquitos en de nacht daarna toegekomen in Iquitos. Waar we ons nu bevinden en logeren bij erg vriendelijke mensen.
Eindelijk in Iquitos, wat eigenlijk onze tweede stop moest zijn. Maar een paar tussenstops kan nooit kwaad. Ook omdat er een overschot aan tijd is. Zo keren we op 5 juni terug naar België. "Zoveel tijd bijgekomen?" Vraagt u zich waarschijnlijk verbaasd af. "Nu moet ik nog eens twee maand die lieve Ilja missen, mij zorgen maken en aan niets anders denken..." denkt u misschien ook wel. Ja, is dus het antwoord. "Waarom, dan?" vraagt u zich misschien af. Wel, eigenlijk wouden we de datum van 10 april verleggen met een maandje om goed te kunnen reizen, maar omdat we nooit in Lima zijn geraakt, was heel de maand mei volzet en zat er niets anders op dan ofwel op 10 april terug te keren of begin juni. Begin juni leek ons een goed idee dus omdat we dan goed veel konden zien en onze tijd ervoor nemen. Maar het kan ook zijn dat we al in mei terugkeren, omdat we op de wachtlijst staan. Laten we het hopen, want 5 juni is wel nog erg ver weg.
Maak jullie geen zorgen, ik let wel op mezelf en zal geen kindjes maken, beloofd.
Hou jullie goed.
Ilja
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
3 opmerkingen:
trouwens, ik heb niks tegen joden ofzo hoor.
geen foto's van je laatste avonturen? Heeft je camera dat overleefd?
Foto's, jazeker. Maar das op dit moment niet mogelijk om op het internet te zetten omdat ik zelf geen internet thuis ofzo heb, altijd naar internetcafeetje ga ik.
Daarom zal het nog even wachten zijn tot ik terug ben. In mei dus wel degelijk en niet in juni.
Een reactie posten